Chiang Kai-shek

Chiang Kai-shek en zijn opium

 

Chiang Kai-shek (1887 - 1975) was een Chinees politicus en militair leider. China was in de eerste helft van de twintigste eeuw een behoorlijke puinhoop. Krijgsheren, communisten, politici, generaals en Japan probeerden allemaal een stuk van de macht te grijpen. Het was in die tijd niet alleen belangrijk wie zijn politieke ideologie aan de rest van het enorme land op kon leggen. Ook opium speelde een belangrijke rol bij de vorming van het China zoals we dat nu kennen. Wie de opium in handen had, verdiende er veel geld aan en kon zo zijn strijd tegen de anderen bekostigen.

Chiang Kai-shek speelde hier een grote rol in. Nog belangrijker voor King Coke is de reden waarom de groepen die de opiumproductie en -handel beheersten naar Birma en Laos vluchtten. Daarmee legden zij de basis voor De Gouden Driehoek en gaven zij een man als Khun Sa bestaansrecht.

 

Een stukje geschiedenis: al vanaf de zeventiende eeuw werd in China opium gebruikt. Het was een luxegoed, dat was geïntroduceerd door Portugese handelsvloten. Dit veranderde drastisch toen Engeland eind achttiende eeuw India en Birma veroverde. Engeland had geld nodig voor de kolonisatie van de gebieden en opium was het antwoord; de Chinese markt was in potentie enorm en Birma werd gewoon volgegooid met papaver. De opium die van de velden af kwam, werd goeddeels naar China verscheept. Het geld stroomde de schatkist in door de belasting die de Koningin van Engeland op opium hief.

Tegen 1838 luidden Chinese officials de noodklok in de provincies Fujian en Guangdong (de enige haven die was opengesteld voor buitenlanders was die van provinciehoofdstad Kanton). Je kon er over de hoofden van de verslaafden heen lopen.

Een doorn in het oog van de Chinezen natuurlijk. Twee opium oorlogen waren ervoor nodig voor de Engelsen (en in de tweede ook de Fransen) om de Chinezen te dwingen alsnog hun grenzen open te stellen voor opium en het ook nog te legaliseren. De Fransen en de Britten konden daarna los met hun opiumhandel.

Maar ook de Chinezen legden zich nu toe op de productie. En als de Chinezen iets doen dan pakken ze het groots aan. Tegen het begin van de twintigste eeuw was China de grootste producent van opium. Natuurlijk kwamen tegen die tijd ook criminele organisaties om de hoek kijken. Eén van de groepen die zich op de productie en handel stortten was de Green Gang. Chiang Kai-shek, de leider van de Kwomintang, de nationale volkspartij raakte nauw verweven met de Green Gang toen zij hem te hulp schoten om de communisten onder de duim te krijgen (lees; te vermoorden). Toen Chiang baas van China werd, stelde hij de leiders van de Green Gang aan als adviseurs van zijn regering.

Toen brak de Tweede Wereldoorlog uit en werd China deels door Japan bezet. Met name de havensteden vielen in handen van de overheersers. Door de oorlog had Japan heel veel geld nodig. Chiang fleurde bezet China op met prachtige papaverbloemen en het geld stroomde nu richting Japan (en naar Chiang en zijn Green Gang)

Na de oorlog vochten de communisten van Mao met Chiang. De communisten wonnen; Chiang vluchtte naar Taiwan. De strijdkrachten van zijn Kwomintang en de Green Gang vluchtten naar Hongkong, Macao en De Gouden Driehoek waar ze hun opgedane kennis over de opiumhandel verder doorzetten.

 

Eén van de mensen die de georganiseerde en goed getrainde Kwomintang onder hun hoede namen was Khun Sa, de latere Prince Prosperous en Opium King van de Gouden Driehoek.