Khun Sa

Prince Prosperous

 

Khun Sa (1934 - 2007) had niet de bijnaam PiriPiri zoals in King Coke. Hij werd Prince Prosperous (de welvarende prins) genoemd. Later gaf hij zichzelf in een zeldzaam interview met een krant de naam Koning van de Gouden Driehoek. Of zijn penis op een worm lijkt, zoals in King Coke, is maar zeer de vraag. En er in zijn harem van Westerse schoonheden een Duitse stoomlocomotief zat die naar de naam Hiltrude luisterde is zelfs zeer discutabel te noemen. Maar verder zijn er wel een heleboel overeenkomsten tussen de fictieve PiriPiri en de echte Prince Prosperous.

Zo had Prince Prosperous ook een groot leger waarmee hij de papaverteelt in de Gouden Driehoek domineerde. Op het hoogtepunt van zijn macht bestond zijn Mong Tai leger uit 20.000 soldaten. Hij ronselde de soldaten veelal als kind op dezelfde manier als zijn fictieve evenknie; ieder gezin in de bergdorpen moest een zoon afstaan. Deden ze dat niet dan moest iemand dit met de dood bekopen. Dat is evenwel niet alleen maar kommer en kwel. Aangezien de Gouden Driehoek een arme streek was, hadden de soldaten van zijn leger het beter dan hun broers en zussen die wel in de bergdorpen achter bleven. En ja, net als PiriPiri had hij zijn eigen vrijstaat in het grensgebied van Myanmar, Laos en Thailand. Het heette Shan.

Maar als er iets opmerkelijks is aan Khun Sa dan is het wel dat als het aan hem lag alle papavervelden in de Gouden Driehoek plat zouden worden gebrand. Hij heeft dit zelfs aangeboden aan zowel de Verenigde Staten als Australië. Natuurlijk zou Khun Sa dit niet helemaal gratis doen. Logisch, aangezien de heroïnehandel nogal lucratief is. Zeker als je de onbetwiste heerser bent over dit gewilde goedje.

In 1990, dus rond de tijd dat Mick in King Coke kennis maakt met De Opium King, schat de DEA dat 45 procent van alle heroïne die de VS bereikt geproduceerd is in de Gouden Driehoek. In New York steeg dit aandeel tijdens de heerschappij van Prince Prosperous zelfs van vijf naar tachtig procent. Niet echt verwonderlijk, aangezien de wereld nog nooit zulke goede heroïne had gezien: de gesmokkelde pakketten waren tot negentig procent puur. Gangster uit Harlem Frank Lucas besloot het niet te versnijden naar de toen gebruikelijke drie procent, maar naar tien procent pure heroïne (je leest het goed; 1/9de deel van hoe Prince Prosperous het had geleverd … schandalig!). En meteen lagen de straten van New York bezaait met de lijken van junks die bij het injecteren van de heroïne van Frank Lucas er gratis een overdosis bijkregen.

Maar zoals gezegd; Prince Prosperous heeft er alles aan gedaan om dit te voorkomen. In 1988 bood hij de Australische regering aan dat zij de hele heroïne opbrengst van dat jaar voor $ 50.000.000 van hem zouden mogen kopen. Hij wilde zelfs een contract voor de duur van acht jaar tekenen. Ook al zou de export van heroïne naar zowel Australië als de VS vrijwel geheel stoppen, de Australiërs vonden het iets teveel weg hebben van chantage.

De Amerikanen reageren door Khun Sa aan te klagen voor de illegale import van 1.000 ton heroïne. Zelfs toen wilde Khun Sa nog over zijn hart strijken: hij rekende de VS voor wat zijn prijs is voor de volledige uitroeiing van de export van heroïne vanuit de Gouden driehoek:

$ 210.000.000 voor humanitaire hulp vanuit de VN.

$ 265.000.000 zou nodig zijn aan buitenlandse investeringen om de Gouden Driehoek een andere inkomstenbron te bieden.

$ 89.500.000 voor een hulpprogramma om de papaverplanten te verruilen voor een ander gewas. Voor dat bedrag zou Khun Sa goede educatie en gezondheidszorg aan zijn onderdanen kunnen bieden.

Jammer genoeg zag ook de VS dit als chantage en verhoogde de prijs op zijn hoofd naar $ 2.000.000. Khun Sa vlucht in 1995 naar Myanmar waar hij onder de protectie van de militaire junta een leven in relatieve rust en rijkdom leidt tot zijn dood in 2007.

De Gouden Driehoek produceert nog steeds enorme hoeveelheden heroïne.

 

Bronnen: The Economist, New York Times, Bangkok Post